Misschien heb je het al een keer langs zien komen of misschien heb je het van iemand gehoord; hot and cold, contrasttherapie. Het ene moment neem je een plunge in de ijsblokjes en het andere moment lekker in de sauna. Ze noemen het contrasttherapie, oftewel: afwisselend zo heet mogelijk sudderen en zo koud mogelijk bevriezen. Fanatieke sporters, biohackers en wellness-goeroes zweren erbij, maar werkt dit nou echt, of is het gewoon een dure manier om een longontsteking op te lopen?
Het idee achter deze therapie is om je lichaam een beetje in de war te schoppen. Je dwingt je bloedsomloop om binnen enkele seconden een complete switch te maken via twee natuurlijke mechanismen:
Door dit ritueel een paar keer te herhalen, creëer je een soort biologische pomp. Je stimuleert de bloedcirculatie en het lymfestelsel op een manier die je met alleen een warme douche of een koude plons nooit bereikt.
Heb je gisteren je benen stukgetraind in de sportschool en voel je je vandaag alsof je versteend bent? Dan kan contrasttherapie je wel helpen met Delayed Onset Muscle Soreness (DOMS): die heerlijke spierpijn die de dag na de training toeslaat. Je voelt je fysiek minder stijf, je ervaart minder vermoeidheid en dat verdomde melkzuur wordt inderdaad sneller afgevoerd dan wanneer je zielig op de bank was blijven liggen.
Lees ook: Stop met tracken: waarom je niet altijd beter wordt van eten bijhouden
Maar ben je bezig met spiergroei en meer kracht? Dan kan ijskoud water (en in mindere mate contrasttherapie direct na je training) je daar niet verder mee helpen. Je lichaam heeft namelijk een bepaalde ontstekingsrespons nodig om spiervezels dikker en sterker terug te laten groeien. Dompel je jezelf direct na de training onder, dan blus je dat vuurtje té effectief af. Ja, minder spierpijn, maar ook minder spiergroei!
En daarnaast is er op de lange termijn ook weinig bewijs dat het een positief resultaat geeft. Het doet weinig voor je immuunsysteem en je fixt er ook je cardiovasculaire gezondheid niet mee.